
Nadat zijn eigen universum werd vernietigd, ontdekte Orion de waarheid achter de realiteit. Vanaf dat moment begon hij aan een eindeloze reis door verschillende universums, vastbesloten om te voorkomen dat hetzelfde nog eens zou gebeuren. Maar telkens faalde hij.
Soms kwam hij te laat aan. Andere keren probeerde hij mensen te waarschuwen, maar luisterde niemand naar hem. Vaak arriveerde hij slechts enkele momenten voordat een universum ten onder ging, waardoor hij niets anders kon doen dan toekijken hoe complete werkelijkheden werden weggevaagd.
Na talloze mislukkingen kwam hij uiteindelijk terecht in een ander universum. Dit keer leek alles anders. Er waren geen tekenen van een naderende apocalyps. Geen rampen. Geen scheuren in de werkelijkheid. Voor het eerst in lange tijd leek een universum veilig. Terwijl hij doelloos door de ruimte zwierf, ontmoette hij de eerste mens die hij in een zeer lange tijd had gezien: een astronaut. De astronaut bevond zich in een baan rond een planeet die deed denken aan Saturnus. Op die planeet leefde een menselijke onderzoeksbasis. De locatie was gekozen omdat ze zich dicht bij een superzwaar zwart gat bevonden dat al enige tijd vreemde signalen naar satellieten stuurde.
Orion en de astronaut raakten bevriend. Orion had vrijwel niemand meer, terwijl de astronaut hem fascinerend vond. Een levend zwart gat was tenslotte niet iets wat je elke dag tegenkwam. Maanden gingen voorbij.
Tijdens die periode begon het onderzoek naar het mysterieuze zwarte gat Orion steeds meer zorgen te baren. Hij wist niet wat zich daar precies bevond, maar hij voelde dat als de mensheid ooit ontdekte wat er werkelijk in dat zwarte gat verborgen zat, het het einde van alles zou betekenen. En Orion kon het niet verdragen om opnieuw een universum te zien sterven.
Hij vroeg zijn vriend om de wetenschappers ervan te overtuigen hun onderzoek stop te zetten. De astronaut weigerde echter. Niet omdat hij Orion niet geloofde, maar omdat elke uitleg automatisch het bestaan van Orion zou onthullen. Orion had hem immers gevraagd zijn bestaan geheim te houden. Toen begon de ramp.
Maar deze keer verliep alles anders dan Orion gewend was. In plaats van een complete universele catastrofe werd enkel de onderzoeksbasis op de Saturnusachtige planeet aangevallen. Monsters verschenen uit het niets en richtten een bloedbad aan.
Voor het eerst zag Orion een kans om daadwerkelijk iets te veranderen. Hij daalde af naar de basis en vernietigde de monsters voordat ze iedereen konden uitroeien. Mensen zagen hem, maar slechts heel even. Voordat iemand kon begrijpen wat hij was, verdween hij alweer.
Het incident had echter gevolgen. De astronaut werd teruggeroepen naar de planeet om te helpen bij de nasleep van de aanval. Omdat er slachtoffers waren gevallen en er nu een onbekende anomalie rondliep, werd het onderzoek naar het superzware zwarte gat tijdelijk stilgelegd.Daardoor kreeg Orion iets wat hij al heel lang niet meer had gehad: Hoop.
Ondanks de aanval bleef het universum bestaan. Het was niet vernietigd. De werkelijkheid stortte niet in. Alles ging verder alsof er niets gebeurd was. Hij begreep niet waarom alleen de basis was aangevallen, maar het maakte hem weinig uit. Misschien was dit eindelijk het universum dat gered kon worden. Hij bracht meer tijd door met de astronaut. Ze praatten over de ruimte, over sterren, over zwarte gaten en over dingen die geen enkel mens ooit had kunnen begrijpen. Voor Orion was het een zeldzaam moment van rust.

